Boos zijn staat niet gelijk aan haatdragend en hoeft niet onbeheerst te zijn. Na lange tijd van misstanden aangeven, niet gehoord worden en meemaken dat onze kinderen misschien wel voor het leven beschadigd worden, is het geduld flink op de proef gesteld. Wij zijn boos omdat wij als ouder een dagtaak hebben aan vele overleggen, zonder resultaat. Boos omdat de impact op het gezin enorm is: ouders moeten hun baan opgeven, komen in de financiele problemen en kinderen voelen zich gefaald. Boos omdat wij worden gedwongen keuzes te maken die onze kinderen schaden. En als wij dat niet doen, te maken krijgen met Dwang en Drang. VT Meldingen en Raad voor de Kinderbescherming. Beschuldigd van kindermishandeling, terwijl wij onze kinderen juist willen en moeten beschermen. Wij zijn terecht boos: de toekomst van onze kinderen staat op het spel, maar onze zorgen en ervaringen worden niet gehoord. Het stadium van bezorgdheid is voorbij. In de 5 jaar dat passend onderwijs nu bestaat zijn we als bezorgde ouders niet gehoord en onze kinderen voor het leven beschadigd. Wij geven feiten. Wij vertellen wat het met ons doet en wij wensen verbeteringen.
Wij signaleren dat als het standaard aanbod op een Hulpvraag niet werkt/aansluit, professionals handelingsverlegen raken en vanuit het niet meer weten een zorgmelding doen. Vaak terwijl ouders en professionals de zorgen t.a.v de ontwikkeling van een kind an sich delen! Dus als de standaard aanpak niet werkt ontbreekt het aan creativiteit en slagkracht om simpelweg aan te sluiten of te doen wat nodig is. Soms worden ouders gedwongen (met een dreiging VT-melding) om hun kind naar een omgeving te brengen die beschadigend is. Loopt het kind vervolgens zoveel schade en ouders zicht genoodzaakt zien om het advies van professionals op te volgen en op zoek gaan naar hulp en/of een andere mogelijkheid voor onderwijs, dan kan er een melding volgen. School en/of jeugdzorg vindt dat als er geen schoolgang is, er hierdoor sprake zou zijn van verwaarlozing. Jeugdzorg denkt geen zicht te hebben op een kind dat thuis zit en gaat er vanuit dat er dus wat mis is. VT ziet niet passend onderwijs als pedagogische verwaarlozing door de ouder(s) ikv kindermishandeling…
Nee, wij zijn niet boos op leerkrachten en docenten die hun stinkende best doen om alle kinderen te ondersteunen in veel te grote klassen. Zij roeien zich het schompes met de riemen die zij hebben. Boze Ouders zijn boos op besturen die oppotten of het budget passend onderwijs niet uitgeven aan de juiste ondersteuning in de klas. We zijn soms wel wat gefrustreerd als leerkrachten dat niet inzien (en alleen naar de overheid wijzen en serieus denken dat er geen budget is).
Als we dat al zijn is het omdat we daartoe gedwongen worden. Ouders moeten meer dan ooit een vinger aan de pols houden dankzij de onderwijscrisis. De werkdruk is te hoog. Ouders moeten oplettend zijn. "Mondige ouders" stellen niet per se onredelijke eisen ten behoeve van hun kind. Als zijn/haar ontwikkeling gevaar loopt is een mondige ouder gewoon iemand die voor het kind op moet komen, een noodzakelijke stem tussen de verschillende belangen van docenten, schoolleiding, begeleiders, besturen, leerlingen en ouders. Ouders van kinderen waar iets extra’s nodig is om tot ontwikkeling te komen moeten vaak bijzonder ‘bureaucratisch-vaardig’ zijn, moeten zich laten horen, zodat hun kinderen niet tussen wal en schip raken. Waren sommige ouders maar wat lastiger, of zeurden ze maar wat harder.... Onze bescheidenheid en vertrouwen in professionals heeft ons weinig goeds gebracht.
Passend Onderwijs is uiteindelijk alleen een bevriezing van het budget geweest, om te zorgen dat de groei van het (voortgezet) speciaal onderwijs zou stoppen. De overheid heeft bezuinigd op onderwijs. Maar de stelling dat de Wet Passend Onderwijs zelf een bezuinigingsmaatregel is klopt niet. Voor Passend Onderwijs wordt elk jaar 2,4 miljard ter beschikking gesteld. Waar men vroeger voor het individuele kind een rugzakje moest aanvragen, krijgen samenwerkingsverbanden (een samenwerking van schoolbesturen binnen een bepaalde regio) de pot met geld. En die schoolbesturen verdelen het weer onder de scholen.
Aangezien elk kind dezelfde rechten heeft, zouden alle scholen dezelfde basisondersteuning moeten bieden. Nu definieert het ene samenwerkingsverband andere basisondersteuning dan de andere, en bij sommige is het ook onduidelijk of te algemeen omschreven zodat ouders niet weten wat daar wel en niet onder valt. Bijvoorbeeld: "De school biedt effectieve ondersteuning" zonder dat gespecificeerd wordt wat voor ondersteuning. Als centraal gedefinieerd zou worden wat onder de basisondersteuning valt, geeft dat duidelijkheid voor ouders en komt er ook jurisprudentie wat er in randgevallen moet gebeuren.
Daarvoor zullen scholen dus moeten aankloppen bij hun bestuur en samenwerkingsverband. Het mag nooit en te nimmer een probleem van de ouders worden gemaakt dat hun kind geen passend onderwijs zou mogen genieten omdat de school geen geld zou hebben. De overheid maakt elk jaar rond de 2.4 miljard over naar Samenwerkingsverbanden. Deze verdelen het weer over schoolbesturen. Schoolbesturen moeten het weer over scholen verdelen. Helaas is er geen toezicht op hoe dit budget besteed wordt. Vaak wordt het op de hoop (lumpsum) gegooid. Het kan dus zijn dat de energierekening hiervan betaald is. Er is geen toezicht en dat is bij de overheid bekend. Boze Ouders stelt dat het budget onvoldoende in de klas terecht komt, gezien het gebrek aan ondersteuning voor het kind met een ondersteuningsbehoefte, terwijl veel samenwerkingsverbanden een groot bedrag op de bank hebben staan. Dat constateerde het ministerie ook al in 2016. In mei 2017 werd een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat de afgelopen 20 jaar steeds meer geld naar middelbare scholen is gegaan, maar dat niet heeft geleid tot kleinere klassen of beter betaalde docenten. Integendeel: de klassen werden groter en de salarissen lager. In dezelfde maand constateert de Algemene Rekenkamer dat onduidelijk is waar het geld voor Passend Onderwijs aan besteed wordt. Zie citaten en weerwoord ministerie op Steeds meer geld naar middelbare scholen, maar het komt niet in de klas terecht. Eigenlijk zou het geld voor passend onderwijs geoormerkt moeten zijn en voor 100% besteed moeten worden aan de leerlingen die het nodig hebben. De kosten voor de maatschappij van niet passend onderwijs, zijn vele malen groter…
Trauma is een heel breed begrip. Het is alles wat je overweldigt, waar je niet adequaat op kan reageren en waar je zenuwstelsel van op hol gaat of juist lamgelegd wordt (vluchten vechten bevriezen). Trauma wordt opgeslagen in het lichaam en geest. En vroegkinderlijk trauma verandert je hersenen. Je hele ontwikkeling ligt ondersteboven. Vroeger hadden we ook geen ADHD, Autisme, of andere DSM kreten. Wel effe bij de tijd blijven hè. Zie het artikel Schooltrauma, wat is het en hoe ga je ermee om. Vroeger werden dit soort kinderen gewoon van school gestuurd of ze kwamen niet meer. Nu willen we dat niet meer.
In Nederland mag ADHD-medicatie alleen voorgeschreven worden door een psychiater. Scholen moeten niet op de stoel van de psychiater gaan zitten. Dergelijke medicatie kan ernstige bijwerkingen hebben die door school niet kunnen worden overzien. Ouders worden soms door school onder druk gezet om hun kind medicatie te geven, door te zeggen dat ze anders geen passend onderwijs kunnen geven. School zou wel aan de ouders vriendelijk kunnen vragen of ze al onderzocht hebben of medicatie misschien kan helpen, maar uiteindelijk is het aan de ouders en de psychiater of dat ook gebeurt. En indien dat niet zo is, hoort de school dat te accepteren en zich te richten op het organiseren van passend onderwijs gegeven hoe het kind nu is. Wat school wel kan doen, als medicatie is voorgeschreven voor het kind, is het kind helpen om de medicatie op het juiste moment in te nemen tijdens schooltijd.
Nee, het gaat maar voor een deel om kinderen met leer- en gedragsproblemen. Wat een groter probleem is, is de toename van de problemen juist door het niet bieden van passend onderwijs. Kinderen die in eerste instantie een relatief kleine ondersteuningsbehoefte hebben waar geen goede invulling aan gegeven wordt, ontwikkelen extra problemen die veroorzaakt worden door school. Denk aan de frustratie van het telkens niet kunnen voldoen aan de verwachtingen, de steeds grotere wordende overprikkeling tot een grens bereikt is, vaak gevolgd door een gevoel van falen en uitsluiting. Dat gebeurt zowel bij kinderen met als zonder een initieel leer- of gedragsprobleem. Door het niet-passend onderwijs kunnen de kinderen wel gedrag gaan vertonen wat vervolgens onterecht door het onderwijs als een inherent kindprobleem wordt afgeschilderd. Vergelijk het met een leerkracht die door de werkdruk overspannen raakt, tegen zo iemand ga je toch ook niet zeggen dat die niet geschikt is voor het vak omdat die psychische problematiek heeft? Dan ga je toch de omstandigheden waaronder iemand moet werken veranderen? Zo zou je ook de omstandigheden waaronder het kind school moet volgen aan moeten passen, dat is passend onderwijs.
Het is waar dat vooral hoogopgeleide ouders makkelijker opstaan en de weg vinden, maar voor zover wij als Boze Ouders dat zijn, willen wij opkomen voor de kinderen van iedereen, ongeacht welke soort onderwijs van kind of ouder.
Er zijn veel ouders van een kind met een officiële diagnose/classificatie die dankzij hun niet aflatende inspanning om hun kind goed op te voeden en te begeleiden, bereiken dat hij/zij toch een prettig leven kan leiden. Als zij vragen om extra ondersteuning op school, betekent dat niet dat ouders een opvoedingsprobleem afschuiven naar professionals. Als zij dan dit vooroordeel te horen krijgen, of erger nog, daardoor geen passend onderwijs krijgen, wordt hen groot onrecht aangedaan. Er zijn vast ook ouders die wel moeite met opvoeden hebben, maar help hen dan om daar beter in te worden in plaats van hun kind geen passend onderwijs aan te bieden! Zie Oplossing nodig? Bedenk ze eens mèt ouders!
Het gebeurt ook vaak dat het niet passend onderwijs juist de bijkomende problemen veroorzaakt hebben. Schooltrauma komt vaker voor dan gedacht wordt. En hoe langer je wacht met weer naar school gaan met de juiste ondersteuning, hoe groter de achterstand en het gevoel van buitensluiting. Kinderen die in eerste instantie een relatief kleine ondersteuningsbehoefte hebben waar geen goede invulling aan gegeven wordt, ontwikkelen extra problemen die veroorzaakt worden door school. Denk aan de frustratie van het telkens niet kunnen voldoen aan de verwachtingen, de steeds grotere wordende overprikkeling tot een grens bereikt is, vaak gevolgd door een gevoel van falen en uitsluiting. Door het niet-passend onderwijs kunnen de kinderen wel gedrag gaan vertonen wat vervolgens onterecht door het onderwijs als een inherent kindprobleem wordt afgeschilderd. Vergelijk het met een leerkracht die door de werkdruk overspannen raakt, tegen zo iemand ga je toch ook niet zeggen dat die niet geschikt is voor het vak omdat die (complexe) psychische problematiek heeft? Dan ga je toch de omstandigheden waaronder iemand moet werken veranderen? Zo zou je ook de omstandigheden waaronder het kind school moet volgen aan moeten passen, dat is passend onderwijs.
Onder ons zijn ouders die al 7 VT-meldingen hebben gekregen in het kader van geen passend aanbod in de regio. Er zijn voorbeelden waarbij de Veilig Thuis organisatie niet aan waarheidsvinding doet maar direct aanneemt dat de professionals gelijk hebben en de ouders incapabel zijn. Er zijn ook perverse prikkels waarbij een onder toezicht stelling (OTS) of uit huis plaatsing (UHP) geld oplevert voor de zorgorganisaties.
Wij horen ook verhalen van minder grote klassen, waar geen ondersteuning geboden wordt. Maar wij zijn het ermee eens dat kleinere klassen beter zijn, zie bijvoorbeeld dit pleidooi voor kleine klassen.
Hoogbegaafdheid, autisme, ADHD, etc verdwijnt niet zomaar na een tijdelijke ondersteuning, net zomin als een invalide weer gaat lopen. Ondersteuning hierin is soms lange tijd nodig. Het kan wel zijn dat een kind er beter mee leert om te gaan, maar het moet mogelijk zijn om meerdere jaren dezelfde soort ondersteuning te krijgen.
Citaat uit NRC-artikel Ouders veeleisend? Ja, met een reden: "Zijn ouders veeleisend? Ongetwijfeld. Maar de publieke verontwaardiging hierover is ongepast. Uit talloze recente onderzoeken blijkt namelijk dat ouders in het onderwijs worden behandeld als handelingsonbekwame kinderen. Vooral ouders van zorgleerlingen. (Volgens leraren zelf valt ongeveer één op de vier leerlingen in deze categorie.) Zij blijven verstoken van essentiële informatie op cruciale momenten en zijn overgeleverd aan de willekeur van scholen, samenwerkingsverbanden en gemeenten.” Zie ook de blog Oplossing nodig? Bedenk ze eens mèt ouders: "Waar iedere professional op ieder moment zijn handen ervan af kan trekken, is dat voor een ouder niet mogelijk. Die blijft ouder, hoe de situatie zich ook ontwikkelt. Dat maakt dat de haalbaarheid van een oplossing altijd begint en eindigt bij de mogelijkheden van de ouder. Daarom is het meenemen van ouders in het proces van oplossen zo belangrijk."
Kinderen ontwikkelen zich niet allemaal in hetzelfde tempo. Zelfs één kind kan verschillende mentale leeftijden hebben voor verschillende vaardigheden. Als ze de juiste hulp krijgen die aansluit bij hun zone van naaste ontwikkeling op dat moment, kunnen ook zij zich op den duur ontwikkelen tot volwaardige deelnemers aan de maatschappij. Die periode van achterstand inhalen kan duren tot en met de jongvolwassenheid.
Klachtenprocedures zijn er, maar die kosten tijd, terwijl het kind verder kapot gaat. Bovendien is er nooit een bindende uitkomst, ook niet bij de geschillencommissie... dus uiteindelijk leidt dat niet tot een oplossing Ja, maar ik als ouder wil graag samen met de leerkracht(en) een oplossing bedenken. Wij willen toch allemaal hetzelfde ? Namelijk dat het kind blij en gelukkig het onderwijs ontvangt en daardoor een goede rol in de samenleving krijgt. Dan duurt een klachtenprocedure toch veel te lang ? De klachten procedures worden marginaal gelezen en moet je vervolgens in hoger beroep. De uitspraak volgt maanden later en de “zogenaamde oplossing” is dus vaak ingehaald door de tijd. tevens levert het een hoop procedure stress op en financieel kost een goede advocaat zeer veel. Het budget van rechtbijstandsverzekering is niet toereikend. Waardoor je als ouder Met je rug tegen de muur staat. Je hebt niets aan een klachtenprocedure als je kind onterecht naar een volgende school wordt gestuurd zonder dat er eerst gekeken is wat er nodig is: de klachtenprocedures zijn ultratraag, de besturen hebben goede juristen full time in dienst (van onderwijsgeld!!!) en ze weten het heel goed zo te draaien dat zelfs al krijg je gelijk, de uitkomst toch is dat je kind niet naar de school terug kan omdat het niet wenselijk is om je kind in een onwelkome omgeving te zetten.
De onderwijsinspectie doet geen individuele casussen van ouders. Ouders kunnen nergens naartoe. Daarom hebben we Boze Ouders opgericht. Om daar aandacht voor te vragen. "Als ze al een individuele casus oppikken (zoals in onze casus) dan krijg je vanuit de wet AVG dus niet te horen wat ze gedaan hebben of geconstateerd hebben bij school(bestuur) in kwestie." "Op de eerste school van mijn kind hebben 64 ouders een brief gestuurd. Nooit een reactie gehad." "Heb ik gedaan. Nooit meer iets van gehoord." En als een school beseft wie de negatieve melding heeft gedaan, doet dat vaak geen goed voor de situatie van dat kind en de ouders. Je bent als ouders afhankelijk van de goodwill van de onderwijsprofessionals (omdat je niets af kunt dwingen) en dat maakt vele ouders angstig om iets te escaleren of te melden.
Onderwijsconsulent doet geen feitenonderzoek: zo wordt een ouder niet gehoord en school niet aangesproken op onjuistheden. Onderwijsconsulenten bemiddelen alleen, dwingen niets af. Wij willen ook een bemiddelaar als wij een verkeersovertreding doen als burger, dan zouden we nooit een boete hoeven te betalen. Wat ouders nodig hebben in het onderwijs is onafhankelijke ouderondersteuning, een professional die naast de ouders gaat staan, meegaat naar gesprekken met school en het gesprek kan sturen in de richting die het belang van het kind dient. Een ondersteuner die partij kiest voor de ouders en hun kind, en goed weerwoord kan bieden aan de onderwijsprofessionals. Zo iemand kan ook de ouders helpen om te begrijpen hoe het in elkaar zit en welke dingen wel en niet volgens de regels zijn. Als organisaties iets dan niet volgens de regels doen, zou deze ondersteuner ook moeten helpen om dat recht te zetten.
Nee. Een onderwijsconsulent mag je pas inschakelen als je het eerst via school en het samenwerkingsverband hebt geëscaleerd. Dan zijn de verhoudingen vaak al verhard, wat de kans kleiner maakt dat bemiddeling succesvol is. Want een onderwijsconsulent bemiddelt alleen, dwingt niets af. Als je wel dat er iets afgedwongen wordt, moet je als ouders een juridische zaak aanspannen. Maar je mag een onderwijsconsulent niet inschakelen als je ook juridische ondersteuning hebt of een juridische zaak hebt aangespannen. Dus als je iets wilt afdwingen krijg je als ouder geen hulp, je moet alles zelf betalen.
Nee, een onderwijsconsulent bemiddelt alleen, en heeft maar een heel beperkt aantal uren om per kind te besteden. Bovendien komt de onderwijsconsulent pas kijken als je al geëscaleerd hebt via school en samenwerkingsverband, maar niet meer als je er iets juridisch bij wil halen.
Nee. De Wet Passend Onderwijs schrijft voor dat er voor ieder kind een passende plek gezocht moet worden. Dat kan ook Speciaal (Basis) Onderwijs zijn. Maar als een kind op een school zit, dan heeft de school budget gekregen om eerst passende ondersteuning te binnen in de huidige setting. Pas als alle mogelijkheden benut zijn, kan er een verwijzing voor speciaal onderwijs worden aangevraagd. Helaas merken wij in de praktijk dat scholen vooraf aangeven “budget is op” (hoe kan dat?) en wordt ondersteuning in de praktijk niet of zeer minimaal ingezet. Zo krijgen kinderen geen kans, om met ondersteuning op de huidige school te blijven en worden ze heen-en-weer-gepingpongd tussen scholen.
In de Staat van het Onderwijs 2019 schrijft de onderwijsinspectie:
"In 2017 zagen we in het speciaal onderwijs (so) na jaren van daling weer een toename van het aantal leerlingen. Bij de start van schooljaar 2018/2019 hebben veel scholen voor speciaal onderwijs opnieuw met groei te maken. Ook op een groot deel van de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) neemt het leerlingenaantal toe, maar het totaal aantal vso-leerlingen blijf licht dalen."
Onderwijsprofessionals wijzen er vaak op dat door Passend Onderwijs leerlingen te lang op de reguliere school blijven, waardoor de problemen erger worden, en dan alsnog naar speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs worden doorverwezen. De theorie is dat als die leerlingen eerder doorverwezen zouden worden, dat dan de problematiek meer beperkt zou blijven. Dat zou een verklaring voor de stijging kunnen zijn, als er nu een inhaalslag gaande is en de reguliere scholen weer wel sneller naan het speciaal onderwijs verwijzen. Als dat klopt zouden we moeten zien dat de groei de komende jaren weer afneemt tot hetzelfde percentage als voor de invoering van Passend Onderwijs.

Ouders zien echter ook een andere verklaring: reguliere scholen hebben steeds minder ruimte voor leerlingen die afwijken van het gemiddelde. Doordat de norm waar je als leerling aan moet voldoen steeds smaller wordt (wellicht door grotere klassen en onvoldoende hulp voor de leerkrachten), verklaart een school zich steeds sneller "handelingsverlegen" en wordt de leerling naar het speciaal onderwijs doorverwezen.

Beide verklaringen zijn natuurlijk generalisaties en gelden niet voor alle scholen. Er is geen duidelijkheid wat de oorzaak daadwerkelijk is.

De groei is overigens niet specataculair en niet over de hele linie. Uit de Staat van het Onderwijs 2019:
"Niet alle scholen voor speciaal onderwijs hebben met groei te maken. Bij 130 van de 286 locaties is het leerlingenaantal in 2017/2018 afgenomen of gelijk gebleven. Bij de scholen met groei is er meestal sprake van een lichte toename van een tot tien leerlingen per school."
Jongens zijn vaak drukker dan meisjes. De stelling is dat ze door de voornamelijk vrouwelijke leerkrachten en docenten minder begrepen worden. Een druk kind blijkt vaak een zware belasting voor de juf of lerares. Deze kinderen worden daarom sneller doorverwezen. Ook wordt er binnen het onderwijs steeds vaker een beroep gedaan op zelfstandigheid en samenwerken. Meisjes ontwikkelen zich op dat vlak sneller en presteren beter, terwijl jongens daar nog niet aan toe zijn. De meetlat van meisjes wordt langs alle leerlingen gelegd. Bovendien zijn meisjes gemiddeld eerder geneigd om zich sociaal aan te passen dan jongens, dus als zij problemen ervaren op school wordt dat niet zo snel herkend.
Dit geldt lang niet voor alle kinderen die doorverwezen worden naar speciaal onderwijs. Reguliere scholen verwijzen door omdat ze zelf het passend onderwijs niet willen geven, niet omdat ze onderzocht hebben of de speciale school beter is. Er zijn namelijk allerlei nadelen van speciaal onderwijs die bij reguliere scholen niet zo bekend zijn. Zie Wanneer speciaal en wanneer regulier vo? Ook al is het op regulier ook niet ideaal, soms is dat toch beter dan speciaal onderwijs. Ondersteuning op de eigen school (inclusief onderwijs) is in de meeste gevallen beter, dan verwezen worden naar (Voortgezet) Speciaal Onderwijs, waar de klassen niet eens zo veel kleiner zijn en waar veel externaliserend gedrag niet bevorderlijk is voor het gevoel van veiligheid van de kwetsbare leerling.
Wij ouders hebben onvoldoende info om te bepalen of dit echt het geval is en kunnen niemand vragen om dit te controleren. Dat heeft Den Haag simpelweg niet goed genoeg geregeld en dat weten ook de schoolbesturen etc.
Scholen zijn geenszins van plan om te ‘adverteren’ betreft ondersteuning omdat ze bang zijn teveel ‘zorgenkinderen’ te trekken. Omschrijvingen van ondersteuning zijn daarom vaak vaag en onvolledig. Een schoolondersteuningsprofiel (SOP) wordt eens per 4 jaar gemaakt: als er in de tussentijd iets verandert, zijn ouders hiervan niet op de hoogte. Vaak blijkt de ondersteuning eenmaal op school, toch anders (of niet) georganiseerd te zijn dan in de SOP omschreven wordt. En mocht een kind pas op een later moment ondersteuning nodig blijken te hebben, heeft het niets aan een SOP gehad.
Dit gebeurt toch. En soms zonder dat ouders het weten. De ouders van een kind in de leerplichtige leeftijd dat niet staat ingeschreven op een school, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden voor het schenden van de leerplicht. Niemand die de school strafrechtelijk vervolgt.
De 'zorgenkinderen' kunnen ook last hebben van de niet zorgenkinderen. "Door zorgkinderen in de klas leren kinderen het meest waardevolle wat er is: mensen met een handicap niet buitensluiten!" De andere kids in de klas hebben nu geleerd dat je een kind die anders is moet/mag verwijderen uit je maatschappij…..
In de praktijk hebben ouders maar 50% van de stemmen en hebben zij minder tijd en kennis dan de 50% personeel die er uren voor krijgt van hun baas. In het voortgezet onderwijs hebben ouders vaak slechts 25% van de stemmen, de andere 25% is voor leerlingen. Het personeel wil meestal in goede harmonie blijven met hun werkgever en de bestuurders zijn erg vaardig in het zodanig voorstellen van de zaken dat het lijkt alsof er geen alternatief is. Daarom gaat de meerderheid van de MR meestal akkoord met het bevoegd gezag en verandert er niets substantieels. Dit geldt zowel voor MR als GMR, en dit onderzoek naar het functioneren van de OPR concludeert dat dat ook niet goed loopt: "De positie die de OPR in het krachtenveld inneemt, is en blijft marginaal." Ook hier zijn de ouders weer afhankelijk van de goodwill van individuele onderwijsprofessionals. Zie ook de persoonlijke ervaringen van een ouder in de blog Spreken is zilver, luisteren is goud. Los van het feit dat de inspraak via MR zeer minimaal is, hebben ouders van kinderen die geen passend onderwijs hebben vaak helemaal geen tijd om hieraan deel te nemen. Ze hebben te maken met tientallen afspraken in de maand met scholen en jeugdzorg, moeten dossiers doorspitten, verslagen schrijven en corresponderen. "Ik zie het schoolgebouw al veel te veel van binnen.”
De stelling van sommige scholen is dat alle kinderen moeten op elke school welkom zijn. Daarom kiezen die scholen ervoor om zich niet te specialiseren. Deze aanpak betekent dat er juist kinderen uitgesloten worden. Als een reguliere klas van 30 niet lukt, moet het kind van school af. Vergelijkbaar met het dilemma categorale scholen of brede scholengemeenschappen. De rijksoverheid zegt dat elke leerling die baat heeft bij een brede brugklas die mogelijkheid in de regio moet hebben (zie Kamerbrief over Onderwijsontwikkeling voortgezet onderwijs Maastricht). Als de initiële schoolsoort dan niets voor dat kind blijkt te zijn, kan het kind op dezelfde school blijven. Om dezelfde reden vinden wij dat het bij een dekkend aanbod voor passend onderwijs hoort dat er in elke regio op reguliere scholen mogelijkheden zijn voor een kleinere klas of op momenten dat het nodig is trajectbegeleiding (uitwijkruimte met deskundige begeleiding).
Is dat zo? Zijn er zoveel meer zorgleerlingen bij gekomen de afgelopen decennia? Of worden kinderen nu zorgleerlingen genoemd die decennia geleden onder precies dezelfde omstandigheden geen zorgleerlingen genoemd zouden zijn, zoals bijvoorbeeld een kind van gescheiden ouders of een hoogbegaafd kind? Als een leerkracht stelt 12 zorgleerlingen in de klas te hebben: klopt dat wel? Of zijn alle kinderen anders en hebben alle kinderen een andere ondersteuningsbehoefte?
Dit geeft een risico dat hierna de oude problemen weer terugkomen. Zomaar stopzetten van goed werkende ondersteuning is niet verstandig. Het is beter om te proberen of het langzaam afgebouwd kan worden, desnoods over een periode van jaren, en als blijkt dat het nog niet lukt, dan weer even een pas op de plaats. Vergelijk het met het geven van een bril aan een kind, daarna kan het weer scherp zien, dus het jaar daarop wordt geen bril meer vergoed. Dat zou toch ook raar zijn? Sommige ondersteuning is als een paar krukken dat niet meer nodig is als het been is genezen, andere ondersteuning is als een bril die elk jaar nodig is maar wellicht af en toe een andere sterkte moet zijn.
Nee. Het bestaande aanbod wordt vaak gepresenteerd als dekkend aanbod, maar dat is vaak een verkeerde voorstelling van de werkelijkheid. Onderwijsprofessionals kijken vaak naar het aanbod, en kiezen dat wat het dichtst bij de benodigde ondersteuning komt. Ook als dat maar voor 20% overeenstemt met wat dat kind nodig heeft. Ze zeggen dat ze niet voor 1 kind een nieuw aanbod kunnen creëren, maar beseffen niet dat dat in hun regio al tientallen keren is gezegd. Met andere woorden er is geen dekkend aanbod maar ze zeggen dat ze wel dekkend aanbod hebben.
Scholen registreren onder ziekte, variawet, gedoogsituaties etc waardoor thuiszitters niet geregistreerd staan als thuiszitter. Bovendien zijn er ook steeds meer leerbare kinderen die toch een vrijstelling van de leerplicht hebben. Scholen, samenwerkingsverbanden en leerplichtambtenaren hebben hier belang bij want anders komt er een vergrootglas op al deze partijen in een regio. Onder de enorm gegroeide aantallen vrijstellingen leerplicht artikel 5 onder a zitten veel hoogbegaafde kinderen en kinderen met autisme die geen passend onderwijs kunnen krijgen, en om te voorkomen dat de ouders dan vervolgd worden terwijl het de schuld is van het gebrek aan dekkend aanbod, wordt ouders vaak aangeraden om een vrijstelling te accepteren. Ouders krijgen niet altijd te horen hoe hun kind geregistreerd is, of er sprake is van een formele status of niet. Daarmee zijn ouders ook niet beschermd en kunnen hier ook geen vragen over stellen!!! Ook hebben ouders belang bij “onder de radar vertoeven”, we worden toch hartstikke bang dat er niet passende oplossingen onder dwang worden ingezet! We willen toch het liefst ons verstoppen en onderduiken. Het is dood en doodeng om naar buiten te treden, de kans dat je dan regie verliest is groot!
Soms zegt zelfs de onderwijsinspectie dat een bepaald samenwerkingsverband geen thuiszitters heeft, maar dat klopt dan meestal niet. Behalve dat ze vaak niet alle soorten thuiszitters meetellen (zie Verschillende definities van thuiszitters), of alleen op een peildatum kijken in plaats van naar het hele schooljaar, zijn er ook verborgen thuiszitters. Er zijn kinderen die al jaren thuiszitten maar wel op een school ingeschreven staan en dus niet aangemeld worden als thuiszitter. De inspectie zou het ook bij ouders zelf moeten vragen, alhoewel de ouders het vaak niet durven te zeggen uit angst voor een boete van de leerplicht.
De onderwijswereld telt vaak maar een deel van de echte thuiszitters (zie Verschillende definities van thuiszitters). Daarnaast wordt geen controle gedaan of leerlingen die op een school ingeschreven staan, ook echt passend onderwijs hebben. Als je kind op een school zit maar je vindt dat het onderwijs op die school niet passend is, kunnen ouders dat niet centraal registreren, en ouders zijn daar ook bang voor want als school vermoedt dat jij een melding hebt gedaan is het niet ondenkbaar dat ze het kind minder goed helpen (je bent erg afhankelijke van de goodwill). Dus graag een centrale registratie met als bron de ouders via DigiD of zo (want scholen en samenwerkingsverbanden stellen het vaak rooskleuriger voor dan het is) die gegarandeerd voor scholen niet herleidbaar is naar individuen.
Hoe kan er ingeschat worden hoeveel kinderen behoefte hebben aan die ondersteuningsvorm als er geen goede registratie is van kinderen die wel op school zitten maar geen of slecht passend onderwijs hebben? De ouders zijn hiervoor een betrouwbaardere bron van informatie dan de scholen, want bij scholen spelen allerlei andere belangen een hoofdrol. Bij ouders telt alleen het welzijn van hun kind. Nu houden veel ouders zich stil omdat het nare gevolgen kan hebben voor hun kind als zij hun kop boven het maaiveld uitsteken. Dus is er geen betrouwbaar beeld van de werkelijke behoefte. En ondertussen lopen deze kinderen met slecht passend onderwijs een steeds groter risico op uitval en thuis zitten en psychische complicaties. Dat kan beter voorkomen worden door aanbod te creëren dat preventief werkt.
Niet elk kind is het best op zijn plek op een school, dat wil niet zeggen dat een kind geen onderwijs kan krijgen. Alleen op dit moment is dat nog nauwelijks mogelijk. Scholen zouden meer samen moeten gaan werken met b.v. zorgboerderijen of andere niet schoolse locaties waar wel onderwijs gevolgd zou kunnen worden. Met name omdat de meeste scholen heel groot en prikkelrijk zijn en over het algemeen stedelijk gelegen is het voor kinderen die moeite hebben met de vele prikkels geen fijne omgeving om te leren. Nu is het zo dat de ouders van de meer dan 15.000 thuiszitters (kinderen die geen onderwijs op school krijgen), zelf moeten betalen voor onderwijs, want de gemeente kan alleen zorg regelen, geen onderwijs.
Dat is niet zo, zie de antwoorden op de vragen "Ouders eisen toch vaak meer maatwerk dan nodig is of redelijk is?" en "Boze Ouders willen zeker alle kinderen op het regulier onderwijs?"
Helaas niet. Er geldt in Nederland alleen een leerplicht: de plicht om regelmatig naar school te gaan in een schoolgebouw, tenzij je een vrijstelling hebt omdat je zogenaamd "lichamelijk of psychisch niet geschikt bent om op een school te worden toegelaten". En als je zo'n vrijstelling hebt (in 2018/2019 meer dan 6.000 kinderen, terwijl het er in 2002 minder dan 1.400 waren), heb je geen recht meer op onderwijs of hulp om dat onderwijs te krijgen. Scholen en samenwerkingsverbanden hebben in de praktijk geen plicht om elk kind passend onderwijs te geven, gezien de meer dan 15.000 thuiszitters waar geen sancties op volgen.
Integendeel: Een OPP (ontwikkelingsperspectief) vervangt de vroegere handelingsplannen. Sterker nog, voor ondersteuning die onder de basisondersteuning valt (vrij te definiëren binnen het samenwerkingsverband, zie Wanneer is een OPP verplicht?) hoeft nu geen OPP meer geschreven te worden. Scholen kiezen er zelf voor om oude systemen met nieuwe te vermengen waardoor een leerkracht/docent meer administratie heeft. Schoolbesturen en samenwerkingsverbanden bepalen zelf de administratie. Het enige wat Passend Onderwijs eist is een OPP + handelingsdeel als er sprake is van extra ondersteuning boven basisondersteuning.
Citaat van een hoge ambtenaar van het ministerie: "Zorgplicht houdt in dat als de school van aanmelding vindt dat het kind daar niet past, een andere school in overleg met de ouders wordt gezocht. Het is geen dwingend eenzijdig aanbod en de school moet zich vergewissen dat het kind op de andere school een plek kan krijgen." Dat klinkt mooi, maar dan moet er wel iets te kiezen zijn! Als er onvoldoende dekkend aanbod is dan beredeneert het onderwijs vaak dat het aanbod dat het dichtst bij de behoefte van het kind komt, het passende aanbod is. Het kan echter zijn dat dat slechts 20% van de behoefte dekt en allerlei nadelen voor dat kind. Scholen kijken niet echt welke school beter is voor een kind, als ze het lastig vinden om een kind passend onderwijs te geven willen ze gewoon dat een andere school het overneemt, welke dan ook. Het gebeurt vaak genoeg dat er maar 1 school is waar het kind mag komen, ook al is die school niet passend. Dat is dan wel een dwingend eenzijdig aanbod. Ze zeggen dat ze niet voor 1 kind een nieuw aanbod kunnen creëren, maar beseffen niet dat dat in hun regio al tientallen keren is gezegd. Met andere woorden er is geen dekkend aanbod maar ze zeggen dat ze wel dekkend aanbod hebben.
Nee. De zorgplicht geldt niet als een vo-school inschat dat de leerling het niveau (vmbo/havo/vwo) niet kan halen, als de ouders onvoldoende informatie aanleveren om de ondersteuningsbehoefte in te kunnen schatten, of als de school "vol" zit. Het gebeurt zelfs dat scholen bij aanmelding in hoger jaar zeggen: "Waarschijnlijk/misschien zitten we volgend schooljaar vol, dat weten we pas een week voor de zomervakantie, en als dat zo is dan hebben we geen zorgplicht." Wat moeten ouders dan? Op het laatste moment nog een andere school zoeken die dan geen tijd meer heeft om het een en ander te onderzoeken? Soms meldt een school het pas een dag na de start van de zomervakantie. Hoe ontspannen denk je dat die ouders en dat kind dan de zomervakantie kunnen vieren? Scholen zijn verplicht om naar ouders transparant te maken wanneer ze vol zitten en welke criteria gehanteerd worden. Voor hogere instroom doen vele scholen dat echter niet en ze worden daar niet op afgerekend. Bovendien staat nergens dat het verboden is om een paar dagen voor de zomervakantie pas definitief te weten of een leerjaar vol zit, wat betekent dat een kind dat passend onderwijs zoekt te weinig tijd heeft om nog een andere school te vinden voor het nieuwe schooljaar. Het zou zo moeten zijn dat minimaal een aantal schoolweken (dus exclusief vakantieweken) voor de beoogde ingangsdatum de school definitief kan zeggen of er plaats is of niet, en als de school dat niet kan, of niet transparant kan maken dat de school vol zit, dan geldt de zorgplicht wel.
Het gebeurt regelmatig dat als een leerling een vo-schooljaar niet haalt door sociaal-emotionele problematiek, school zegt dat hij/zij beter naar een lager niveau kan afstromen. Op het lagere niveau hoeven de leerlingen minder hard te werken voor de cognitieve vakken, maar de sociaal-emotionele problemen, die de hoofdoorzaak zijn, blijven hetzelfde of worden erger door het wegvallen van de vertrouwde omgeving. Geef de leerling de ondersteuning/aanpassing die nodig is op het hogere niveau, zodat het probleem niet erger wordt dan het al was.
De MAS, Methodische Aanpak Schoolverzuim, gaat ervan uit dat de oorzaak van schoolverzuim altijd ligt aan het kind of de thuissituatie. Terwijl het logisch is dat verzuim ook een oorzaak kan hebben in een slecht functionerende school of slecht passend onderwijs. Maar daar biedt het MAS geen route voor, en dus zullen leerplichtambtenaren in zo'n geval altijd de ouders en het kind erop aanspreken. Dus nee, de MAS is niet effectief, als het betekent dat scholen nooit worden aangesproken op niet-passend onderwijs.
Nee, vaak had het kind prima naar school gekund als de school beter passend onderwijs had geboden. Er is echter niemand die de school daarop aanspreekt. De inspectie zegt dit vaker te gaan doen maar is afhankelijk van meldingen en heeft beperkte capaciteit. Zie ook de vragen "Waarom gaan jullie niet naar de Onderwijsinspectie als je merkt dat een school de regels niet volgt?" en "Het gaat toch vooral om kinderen met leer- en gedragsproblemen?"