Samenwerkingsverband

Integendeel: Een OPP (ontwikkelingsperspectief) vervangt de vroegere handelingsplannen. Sterker nog, voor ondersteuning die onder de basisondersteuning valt (vrij te definiëren binnen het samenwerkingsverband, zie Wanneer is een OPP verplicht?) hoeft nu geen OPP meer geschreven te worden. Scholen kiezen er zelf voor om oude systemen met nieuwe te vermengen waardoor een leerkracht/docent meer administratie heeft. Schoolbesturen en samenwerkingsverbanden bepalen zelf de administratie. Het enige wat Passend Onderwijs eist is een OPP + handelingsdeel als er sprake is van extra ondersteuning boven basisondersteuning.
De onderwijswereld telt vaak maar een deel van de echte thuiszitters (zie Verschillende definities van thuiszitters). Daarnaast wordt geen controle gedaan of leerlingen die op een school ingeschreven staan, ook echt passend onderwijs hebben. Als je kind op een school zit maar je vindt dat het onderwijs op die school niet passend is, kunnen ouders dat niet centraal registreren, en ouders zijn daar ook bang voor want als school vermoedt dat jij een melding hebt gedaan is het niet ondenkbaar dat ze het kind minder goed helpen (je bent erg afhankelijke van de goodwill). Dus graag een centrale registratie met als bron de ouders via DigiD of zo (want scholen en samenwerkingsverbanden stellen het vaak rooskleuriger voor dan het is) die gegarandeerd voor scholen niet herleidbaar is naar individuen.
Soms zegt zelfs de onderwijsinspectie dat een bepaald samenwerkingsverband geen thuiszitters heeft, maar dat klopt dan meestal niet. Behalve dat ze vaak niet alle soorten thuiszitters meetellen (zie Verschillende definities van thuiszitters), of alleen op een peildatum kijken in plaats van naar het hele schooljaar, zijn er ook verborgen thuiszitters. Er zijn kinderen die al jaren thuiszitten maar wel op een school ingeschreven staan en dus niet aangemeld worden als thuiszitter. De inspectie zou het ook bij ouders zelf moeten vragen, alhoewel de ouders het vaak niet durven te zeggen uit angst voor een boete van de leerplicht.
Nee. Het bestaande aanbod wordt vaak gepresenteerd als dekkend aanbod, maar dat is vaak een verkeerde voorstelling van de werkelijkheid. Onderwijsprofessionals kijken vaak naar het aanbod, en kiezen dat wat het dichtst bij de benodigde ondersteuning komt. Ook als dat maar voor 20% overeenstemt met wat dat kind nodig heeft. Ze zeggen dat ze niet voor 1 kind een nieuw aanbod kunnen creëren, maar beseffen niet dat dat in hun regio al tientallen keren is gezegd. Met andere woorden er is geen dekkend aanbod maar ze zeggen dat ze wel dekkend aanbod hebben.
Aangezien elk kind dezelfde rechten heeft, zouden alle scholen dezelfde basisondersteuning moeten bieden. Nu definieert het ene samenwerkingsverband andere basisondersteuning dan de andere, en bij sommige is het ook onduidelijk of te algemeen omschreven zodat ouders niet weten wat daar wel en niet onder valt. Bijvoorbeeld: "De school biedt effectieve ondersteuning" zonder dat gespecificeerd wordt wat voor ondersteuning. Als centraal gedefinieerd zou worden wat onder de basisondersteuning valt, geeft dat duidelijkheid voor ouders en komt er ook jurisprudentie wat er in randgevallen moet gebeuren.
Passend Onderwijs is uiteindelijk alleen een bevriezing van het budget geweest, om te zorgen dat de groei van het (voortgezet) speciaal onderwijs zou stoppen. De overheid heeft bezuinigd op onderwijs. Maar de stelling dat de Wet Passend Onderwijs zelf een bezuinigingsmaatregel is klopt niet. Voor Passend Onderwijs wordt elk jaar 2,4 miljard ter beschikking gesteld. Waar men vroeger voor het individuele kind een rugzakje moest aanvragen, krijgen samenwerkingsverbanden (een samenwerking van schoolbesturen binnen een bepaalde regio) de pot met geld. En die schoolbesturen verdelen het weer onder de scholen.