Medezeggenschapsraad

In de praktijk hebben ouders maar 50% van de stemmen en hebben zij minder tijd en kennis dan de 50% personeel die er uren voor krijgt van hun baas. In het voortgezet onderwijs hebben ouders vaak slechts 25% van de stemmen, de andere 25% is voor leerlingen. Het personeel wil meestal in goede harmonie blijven met hun werkgever en de bestuurders zijn erg vaardig in het zodanig voorstellen van de zaken dat het lijkt alsof er geen alternatief is. Daarom gaat de meerderheid van de MR meestal akkoord met het bevoegd gezag en verandert er niets substantieels. Dit geldt zowel voor MR als GMR, en dit onderzoek naar het functioneren van de OPR concludeert dat dat ook niet goed loopt: "De positie die de OPR in het krachtenveld inneemt, is en blijft marginaal." Ook hier zijn de ouders weer afhankelijk van de goodwill van individuele onderwijsprofessionals. Zie ook de persoonlijke ervaringen van een ouder in de blog Spreken is zilver, luisteren is goud. Los van het feit dat de inspraak via MR zeer minimaal is, hebben ouders van kinderen die geen passend onderwijs hebben vaak helemaal geen tijd om hieraan deel te nemen. Ze hebben te maken met tientallen afspraken in de maand met scholen en jeugdzorg, moeten dossiers doorspitten, verslagen schrijven en corresponderen. "Ik zie het schoolgebouw al veel te veel van binnen.”